De twaalf discipelen

De twaalf discipelen - Door Jezus gekozen
Het Nieuwe Testament is de enige uitgebreide informatiebron over de levens van de twaalf discipelen. Door de hele Bijbelse geschiedenis heen zijn er mannen, en vrouwen, geweest die door God werden gekozen om Zijn Goddelijke plannen te verwezenlijken. Maar er waren twaalf mannen die door Jezus zelf werden gekozen om met Hem rond te reizen. De verantwoordelijkheid van de woorden van de Meester zelf rustte als een zware mantel op hun schouders. De Twaalf zouden Jezus nog lang na Zijn hemelvaart blijven vertegenwoordigen. Hun toewijding zou de kerk nog lang na hun dood beïnvloeden.

De twaalf discipelen - Waarom twaalf?
In de Bijbel wordt het getal twaalf, net als zeven, vaak gebruikt om een volledigheid en perfectie aan te duiden. In het Oude Testament werd "heel Israël" door twaalf stammen vertegenwoordigd (Genesis 49:28; Jozua 13-19). Het boek Openbaring geeft ons talrijke verwijzingen naar het getal twaalf.

  • 12 stammen van Israël, die verzegeld en beschermd zijn (7:5-8; 21:12)
  • 12 sterren in de kroon van de vrouw (Israël), die de 12 zonen van Jakob voorstellen (12:1; Genesis 37:9)
  • 12 poorten in de grote, hoge muur van het Nieuwe Jeruzalem (21:12)
  • 12 engelen die de hemelse poorten bewaken (21:12)
  • 12 apostelen van het Lam, deel van de kerk en het lichaam van Christus (21:14)
  • 12 parels of edelstenen met verschillende kleuren, die de twaalf fundamenten versieren (21:14, 19-21)
  • 12 vruchtensoorten aan de levensboom, die onophoudelijk gezond en heerlijk fruit voortbrengt (22:2)
Het getal twaalf wordt ook in andere delen van het Nieuwe Testament genoemd.
  • Jezus sprak voor het eerst in de Tempel toen hij 12 jaar oud was (Lucas 2:42, 49-52).
  • Jezus wekte de 12-jarige dochter van Jaïrus op uit de dood (Marcus 5:42).
  • De wonderbaarlijke vermenigvuldiging van de broden en de vissen, met maar liefst 12 manden vol overgebleven resten (Matteüs 14:19-20; Johannes 6:13).
De trouwe gehoorzaamheid van de Twaalf, de directe volgelingen van Jezus, werd herhaaldelijk op de proef gesteld. Deze gekozen mannen ontvingen de belofte van eeuwige eer. "Jezus zei tegen hen [de discipelen]: Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël." (Matteüs 19:28). Deze belofte toont de glorie en de status die voorbehouden was aan deze heiligen, die omwille van Christus op aarde vervolgingen moesten ondergaan. De muur van de stad heeft twaalf fundamenten en hierop staan de namen van de twaalf apostelen van het Lam (Openbaring 21:14).

De twaalf discipelen - Waarom deze mannen?
Na Zijn beproeving in de woestijn keerde Jezus in de kracht van de Heilige Geest naar Galilea terug. Hij probeerde in Zijn thuisplaats Nazaret te spreken, maar Hij werd afgewezen. De mensen van de synagoge waren zó verblind, dat zij Jezus probeerden te doden door Hem in de afgrond te duwen. Jezus koos ervoor om zich met een nieuw team op een nieuwe thuisbasis te vestigen, namelijk in Kafarnaüm, een prachtige plaats niet ver van Nazaret, aan de rand van het Meer van Tiberias. De profeet Jesaja had al voorzegd dat Jezus in Kafarnaüm zou wonen. "Zo zal Hij in later tijd eer bewijzen aan de Weg van de zee, de overkant van de Jordaan, het Galilea waar de heidenvolken wonen" (Jesaja 8:23).

De selectie van de Twaalf vereiste een extreme bedachtzaamheid, maar ook een offergave. Voordat Jezus deze mannen uitkoos, streefde Hij er vurig naar om de wil van God de Vader uit te voeren. "Op een van die dagen trok Jezus zich terug op de berg om te bidden. De hele nacht bleef hij tot God bidden" (Lucas 6:12). Deze mannen zouden niet alleen Zijn volgelingen zijn, maar ook de individuen die het dichtste bij Hem zouden staan. Op elke mogelijke manier koos de Zoon van God ervoor om zich kwetsbaar te maken voor deze individuen. Zij zouden getuigen zijn van Zijn boosheid op de geldwisselaars, Zijn verdriet over de dood van een dierbare vriend en Zijn ellende toen Zij Hem in de hof van Getsemane in de steek lieten (Johannes 2:13-16; 11:35; Marcus 14:32-42). Toch waren deze mannen het soort mensen waar God altijd al naar heeft verlangd: nederige mensen. Ondanks hun gebreken waren de Twaalf ontvankelijk en bereid om te worden onderwezen. Jezus wilde mensen die de moeilijkheden konden begrijpen van arme mensen, bedroefde mensen en gebroken mensen.

De twaalf discipelen - Voor en na
Jezus had geen groep met een grotere verscheidenheid kunnen kiezen om Zijn Goddelijke doeleinden te volbrengen. Volgens menselijke standaarden hadden de Twaalf weinig met elkaar gemeen: een onvoorspelbare visser, iemand met mogelijke vooroordelen tegen Nazaret, een fanatieke Joodse nationalist, een verafschuwde belastinginner, een scepticus/pessimist, een hebzuchtige verrader en twee "zonen van de donder" met een explosief humeur. Zij hadden onenigheid over wie van hen de belangrijkste zou zijn (Lucas 9:46; 22:24). Jezus toonde Zijn ongenoegen toen zij Hem tegenspraken (Matteüs 16:23). Herhaaldelijk sprak Hij over het komende verraad en Zijn naderende dood en opstanding (Matteüs 16:21-22; Marcus 9:30-31; Lucas 18:31-34), maar de discipelen waren zwak.

  • "Daarop lieten alle leerlingen hem in de steek en vluchtten weg." (Matteüs 26:56)
  • "Later verscheen Jezus aan de Elf toen zij aan tafel zaten te eten; hij berispte hen voor hun gebrekkig geloof en hun koppige weigering om de mensen te geloven die Hem na Zijn opstanding hadden gezien" (Marcus 16:14).
  • "Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: 'Vrede zij met jullie.' Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien. Maar hij zei tegen hen: 'Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel?'"(Lucas 24:36-38).
De Twaalf waren getuigen van genezende wonderen, kracht over de natuur en het tot leven komen van dode mensen. Maar pas na de dood, opstanding en hemelvaart van Jezus werden de discipelen getransformeerd. Vóór Zijn hemelvaart opende Jezus het verstand van de discipelen, zodat zij de Schrift konden begrijpen. Toen Hij naar Zijn Vader terugkeerde, vervulde Jezus Gods belofte: zij werden bekleed met de kracht van de Heilige Geest (Lucas 24:45-49). De Heilige Geest gaf de discipelen de voortstuwende kracht die hen in staat stelde om het gebod uit te voeren dat Jezus hen gegeven had. De Twaalf waren getuigen van Jezus' identiteit: Heer over de hele Schepper, Redder van allen die op Zijn dood vertrouwen om van hun zonden bevrijd te worden en de Bron van eeuwig leven voor allen die Hem als Redder aanvaarden.

Leer meer!


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen