De gedaanteverandering van Jezus

De gedaanteverandering van Jezus – De openbaring
De gedaanteverandering van Jezus, ook wel "transfiguratie" genoemd, geeft ons een glimp van de Godheid van Jezus Christus. Deze openbaring van Zijn heerlijkheid is vastgelegd in de Synoptische Evangeliën (Matteüs 17:1-3; Marcus 9:2-13; Lucas 9:28-36).1 Een week voor deze gedaanteverandering sprak Petrus zijn belijdenis uit dat Jezus de Messias is. Jezus zou spoedig daarna voor de laatste keer uit Galilea vertrekken, zo'n vier maanden voor Zijn dood. Een van de doelen van de gedaanteverandering was het verstevigen van het geloof van de discipelen in de Goddelijke natuur van Jezus, voordat zij de schok zouden ervaren van de naderende moeilijke dagen. Jezus verlangde naar een presentatie van de Goddelijke pracht en heerlijkheid van Zijn Hemelse Vader in menselijke gedaante (Johannes 17:24).

Tijdens Zijn verblijf op aarde, verscheen Jezus in een toestand van nederigheid en smart. De mensen ontvingen vluchtige glimpen van Zijn heerlijkheid, maar Hij behield de eenheid met Zijn menselijke vorm/gedaante. Terwijl Jezus bad, werd Hij “van gedaante veranderd” (Marcus 9:2). Dit betekent dat Zijn gelaatsuitdrukking veranderde. Het gezicht van Jezus straalde als de zon. De stoffelijkheid van Zijn lichaam bleef hetzelfde; Hij werd niet in een geest veranderd. Zijn lichaam, dat in zwakte en oneer was verschenen, verscheen nu in kracht en heerlijkheid (1 Korintiërs 15:43). Zijn kleren werden wit en blonken als licht.

Tijdens de doop van Jezus daalde de Geest van God neer op Zijn Zoon in de gedaante van een duif. De stem van God was de bekrachtiging uit de hemel: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!” In Matteüs 17:5 worden deze woorden door God herhaald. Alle drie Personen van het Godhoofd – Vader, Zoon en Geest – werden geopenbaard (Matteüs 3:16-17). De gedaanteverandering is eveneens een voorstelling van Gods heerlijkheid in een mensengedaante, zoals dit in het Oude Testament al was afgeschilderd (Ezechiël 1:28; 10:4).

De gedaanteverandering van Jezus – Het gesprek
Vóór de gedaanteverandering van Jezus had Hij profetisch gesproken over Zijn toekomstige wederkomst, wanneer Hij, “de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen...” (Matteüs 16:27). Toen Hij over Zijn wederkomst sprak, stelde Jezus dat sommige discipelen Zijn komende koninkrijk zouden zien voordat zij de dood zouden proeven. Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes – de discipelen die de “vertrouwelingen” van Jezus waren – kregen een voorproefje van dat komende koninkrijk toen zij zagen hoe Mozes en Elia uit de hemel neerdaalden om met Jezus te praten.

Het gesprek tussen Mozes, Elia en Jezus concentreerde zich op Zijn naderende dood. Mozes was degene die de Oudtestamentische Wet had uitgevaardigd. Elia was een van de meest opmerkenswaardige profeten uit het Oude Testament. Onder de Joden namen deze twee mensen een prominente plaats in met betrekking tot de Oudtestamentische Wet. De Joodse aanvaarding van de relatie tussen de dood van Jezus enerzijds en het werk van Mozes en Elia anderzijds was cruciaal. Met de dood van Jezus werden de verplichtingen van de Oudtestamentische wetten en leerstellingen afgeschaft (Kolossenzen 2:14-17).

Dit gesprek laat ons zien dat Mozes en Elia niet gekant waren tegen het uitwissen van de geschreven voorschriften, maar dat zij dit vrijelijk met Jezus bespraken. En dit laat zien dat het werk van Jezus geen tegenstrijdigheid of schending was van wat zij hadden gedaan, maar juist een vervulling ervan, in volkomen harmonie met Gods plan zoals dit door de profeten in het Oude Testament was geopenbaard. Naast de openbaring van Zijn heerlijkheid, diende de gedaanteverandering als een bevestiging dat de dood van Jezus deel uitmaakte van Gods wil, al gepland en begrepen lang voordat deze plaatsvond.

De gedaanteverandering van Jezus – De transformatie
De woorden “gedaanteverandering” en “transformatie” komen beide van het Griekse werkwoord "metamorfoo", wat “in een andere gedaante veranderen” betekent. De Schrift gebruikt dit werkwoord slechts vier keer. Zoals eerder werd aangegeven verwijzen Matteüs 17:2 en Marcus 9:2 naar Jezus' stralende verschijning. Op de weg naar Damascus werd de apostel Paulus blootgesteld aan het licht van Jezus, waarna hij tijdelijk blind werd, maar blijvend getransformeerd werd tot een krachtig instrument voor Gods heerlijkheid (Handelingen 9:3, 17-18). In Romeinen 12:2 spoort Paulus gelovigen aan om “veranderd te worden door de vernieuwing van uw gezindheid”. Onze houding, gedachten, gevoelens en handelingen worden beïnvloed door een enkel controlecentrum: ons denken. Deze transformatie, of vernieuwing, vereist een volledige verandering van binnenuit.

Hoe zijn de gedaanteverandering van Jezus en onze eigen transformatie met elkaar verweven? 2 Korintiërs 3:18 spreekt over een “metamorfoo” wanneer Paulus zich tot de gelovigen richt: “Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.” Net zoals dit voor de discipelen gold, wenst God dat wij getransformeerd worden door een ontmoeting met de Enige Echte.

De gedaanteverandering van Jezus is een weerspiegeling van een brandpunt in Gods koninkrijk: de vervulling van Oudtestamentische profetieën door Jezus; het kruis, de opstanding en Zijn eeuwige heerlijkheid. Alle geestelijke zegens van God liggen klaar voor mensen die hun vertrouwen op Jezus plaatsen. Menselijkheid werd aan de Godheid van Christus toegevoegd, maar toch werd Hij het stralende “licht der mensheid”. Jezus Christus, Gods Woord in een menselijke gedaante, biedt elk mens een magnifieke verlichting en transformatie (Johannes 8:12).

Leer meer!

Voetnoot:
1 Synopsis – De drie Evangeliën lijken op elkaar wat betreft structuur, inhoud en bewoordingen. Zij beschrijven gebeurtenissen in het leven van Christus vanuit een vergelijkbaar oogpunt. Naast deze drie verslagen wordt de gedaanteverandering van Jezus ook genoemd in Johannes 1:14 en 2 Petrus 1:17–18.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen