De opstanding van Christus

De opstanding van Christus - Het belang vaststellen
De opstanding, of verrijzenis, van Christus is de kern van het Christelijke geloof. Het is de historische gebeurtenis waarmee de Christelijke leer valt of staat. De apostel Paulus maakte dit duidelijk in zijn eerste brief aan de Korintiërs: "Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt; en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos... Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn." (1 Korintiërs 15:13-14, 19)

In feite staat het Nieuwe Testament erop dat de lichamelijke opstanding van Christus een noodzakelijke voorwaarde van het Christelijk geloof is: niemand kan hierbuiten worden gered. Deze nadruk wordt in verzen als Romeinen 10:9 gevonden: "Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered."

Het belang van de opstanding van Christus wordt verder aangetoond in het aantal keren en het enthousiasme waarmee deze gepredikt wordt tijdens de groei van de vroege kerk (zie bijvoorbeeld Handelingen 2:31; 4:33; 17:18; 26:23). Bijna elke openbare getuigenis van het Evangelie wijst op de opstanding van Christus als de hoop voor allen die naar verlossing verlangen.

De opstanding van Christus - De zaak vereenvoudigen
Het geloof (of het gebrek aan geloof) van een mens in de opstanding van Christus kan in het algemeen worden samengevat door de antwoorden op drie vragen:

  • Is Christus werkelijk aan het kruis gestorven? De opstanding van Christus is uiteraard niet mogelijk als Hij niet eerst stierf.
  • Als Christus aan het kruis is gestorven, was het graf daarna werkelijk leeg? Ook dit is vanzelfsprekend: zonder een leeg graf is het idee van de opstanding betekenisloos.
  • Als het graf leeg was, hoe weten we dan dat de opstanding van Christus hiervoor de reden was? Waren er verschijningen na de opstanding? Als het aangetoond kan worden dat Christus stierf en in een graf werd gelegd dat later leeg bleek te zijn, dan kan er redelijkerwijs verwacht worden dat er een vuiltje aan de lucht was. Tenzij, uiteraard, Jezus aan individuen of groepen is verschenen na de ontdekking van het lege graf.

De opstanding van Christus - Het betoog

  • Stierf Christus werkelijk aan het kruis?

    Hoewel de "flauwte-theorie" (het idee dat Christus niet aan het kruis stierf, maar slechts het bewustzijn verloor en later in het graf weer bijkwam) op verschillende momenten in de moderne geschiedenis verschillende maten van geloofwaardigheid is geschonken door de schriftgeleerden, worden de zwakke punten van deze theorie duidelijk wanneer de theorie nader beschouwd wordt. Ten eerste zou de geseling die Jezus had te verduren, voordat Hij aan het kruis werd slagen, op zich al voldoende zijn geweest om Hem in een shocktoestand te doen verkeren. De zweep die door de Romeinen werd gehanteerd - leren riemen met daarin verweven metalen ballen en scherpe botstukken - zou hoogst waarschijnlijk Zijn huid gebroken en tot op het bot doorkliefd hebben. Jezus bevond zich in zo'n kritieke toestand, dat het waarschijnlijk lijkt dat Hij in elkaar zakte toen Hij zijn dwarsbalk naar Golgota droeg . Dit dwong de soldaten van de gouverneur ertoe om Simon de balk in Zijn plaats te laten dragen (Matteüs 27:32; Marcus 15:21; Lucas 23:26). Romeinse soldaten waren erg bekwaam in wat zij deden en als zij er niet in zouden slagen om de kruisiging op correcte wijze uit te voeren, dan zouden hun eigen levens gevaar lopen. We kunnen er daarom behoorlijk zeker van zijn dat zij zich niet vergisten toen ze vaststelden dat Jezus dood was (Johannes 19:33). Een van de soldaten "stak een lans in zijn zij" (vers 34) om er zeker van te zijn dat zijn beoordeling juist was.

    Het laatste argument tegen de flauwte-theorie leunt op de reactie van de apostelen op de verschijningen van Christus na de opstanding. Als Hij slechts was flauwgevallen, en op een of andere manier in de koelte van het graf weer bij bewustzijn was gekomen, dan zou Hij er vreselijk toegetakeld hebben uitgezien. Gezien de zwaarte van de geseling, die we hierboven beschreven, zou Hij weken, en misschien wel maanden, nodig hebben gehad om weer te herstellen. Een man in zo'n toestand zou de discipelen onmogelijk hebben kunnen inspireren, beangstigen en vervolgens uitzenden om over Zijn opstanding te prediken met een moed en durf die vaak hun eigen levens in gevaar bracht!

  • Was het graf van Christus werkelijk leeg?

    Eén van de onbetwiste details van de opstanding is dat het graf inderdaad leeg was. De eerste aanwijzing hiervoor is de reactie van de Joodse autoriteiten, toen zij met de bewering van de discipelen werden geconfronteerd dat Jezus uit de dood was opgestaan. In plaats van het lichaam te voorschijn te toveren, of misschien wel een zoektocht te organiseren, betaalden zij de soldaten die het graf hadden bewaakt om over deze zaak te zwijgen (Matteüs 28:11-15). Met andere woorden, in plaats van de beweringen van de discipelen te ontkrachten, verwierpen zij deze. Paulus schrijft ook over het lege graf in 1 Korintiërs 15:6, waar hij de verschijning van Jezus aan de 500 mensen vermeldt: "van wie ...de meesten nu nog leven". Omdat de ooggetuigen nog steeds in leven waren, zou het dwaas van hem zijn geweest om zo'n stoutmoedige uitspraak te doen, als hij geen vertrouwen had gehad in de nauwkeurigheid hiervan. Levende ooggetuigen hadden de onwaarheid van zijn uitspraak immers met gemak aan het licht kunnen brengen.

  • Verscheen Christus na Zijn dood aan mensen?

    Er bestaan veel Bijbelse getuigenissen over de verscheidene onafhankelijke verschijningen van Christus aan meer dan 500 verschillende mensen na Zijn opstanding. De verslagen over de opstanding noemen feitelijk twaalf verschillende verschijningen van Christus, beginnend met Maria van Magdala en eindigend met de apostel Paulus. Deze verschijningen zouden geen hallucinaties kunnen zijn geweest vanwege de diversiteit van de situaties en het aantal getuigen dat erbij betrokken was. En "groepshallucinaties" bestaan niet. Bovendien waren deze verschijningen stoffelijk en tastbaar van aard, zoals bewezen wordt door de handelingen van Christus (hij at bijvoorbeeld met de discipelen en moedigde hen aan om Zijn zij en Zijn handen aan te raken). Zijn herrezen lichaam, hoewel onsterfelijk, was zonder twijfel een stoffelijk lichaam.

    De antwoorden op de bovenstaande vragen proberen om direct bewijs te leveren voor de historische waarheid van de opstanding van Christus. Op dit punt aangekomen lijkt het ons handig om ons af te vragen of er nog meer, indirect, bewijs voor Zijn opstanding bestaat.

Lees nu deel 2 van "De opstanding van Christus"!


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen